Windenergie : Een vergelijkend onderzoek naar windenergie in Nederland en Denemarken
Keywords
Loading...
Authors
Issue Date
2010-06-14
Language
nl
Document type
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Title
ISSN
Volume
Issue
Startpage
Endpage
DOI
Abstract
Dit onderzoek beschrijft de overeenkomsten en verschillen tussen Nederland en Denemarken op het
gebied van windenergie. Deze vergelijking wordt gemaakt aan de hand van het beleid dat beide
landen uitvoeren en de sociale acceptatie van windenergie. Doel van deze vergelijking en dit
onderzoek is om mogelijke lessen voor Nederland te kunnen trekken aan de hand van de situatie in
Denemarken.
Dit onderzoek is vooral tot stand gekomen door middel van literatuuronderzoek. De theorieën die
hierbij gehanteerd zijn de beleidsarrangementenbenadering van Van Tatenhove, Arts en Leroy
(2006) en de theorie van Wüstenhagen, Wolsink en Bürer: Social acceptance of renewable energy
innovation (2007). De beleidsarrangementenbenadering en de theorie van sociale acceptatie
bekijken elk verschillende dimensies van windenergie en -beleid (markt, overheid en maatschappij)
waardoor er ook tussen deze theorieën onderling vergelijkingen gemaakt zijn.
Op het gebied van beleid voor windenergie blijkt dat Nederland geen helder en eenduidig beleid
voert om windenergie te stimuleren. Nederland kiest niet bewust voor windenergie maar ziet
windenergie juist als één van de mogelijke energiebronnen. Het beleid van Nederland is dusdanig
vormgegeven dat het voor marktpartijen ook niet aantrekkelijk is om betrokken te zijn bij
windenergieprojecten. Zowel op het gebied van regelgeving, financiën als betrokkenheid van de
overheid zijn er dusdanig grote obstakels dat het nauwelijks loont om te investeren in windenergie.
Terwijl de toepassing van windenergie in Nederland moeizaam verloopt voldoet Denemarken reeds
aan de Europese norm van 20% duurzame energie in 2020. Denemarken heeft reeds in de jaren ’80
besloten zich volledig te richten op duurzame energie, waaronder windenergie. Het beleid dat
gevoerd werd is hier volledig op afgestemd. Het beleid is erop gericht windenergie te stimuleren en
het aantrekkelijk te maken voor zowel marktpartijen als de lokale gemeenschap om te participeren in
windenergieprojecten.
Naast de verschillen in beleid zijn er ook grote verschillen waar te nemen op het gebied van sociale
acceptatie. Nederland heeft jarenlang niet bewust gestuurd op het creëren van sociale acceptatie bij
de lokale gemeenschap en de marktpartijen. Doordat de sociale acceptatie van windenergie op
overheidsniveau niet unaniem is en niet als discours kan worden gezien is het ook niet gelukt om de
sociale acceptatie bij de lokale gemeenschap te vergroten. Nederland heeft jarenlang geen beleid
gemaakt met betrekking tot de landschappelijke inpassing van windmolenprojecten en nauwelijks
overleg gevoerd met de lokale gemeenschap over de mogelijke projecten. De Deense overheid heeft
vanaf het begin uitgestraald dat zij windenergie als een zeer belangrijk thema ziet en heeft bewust
beleid gemaakt dat de sociale acceptatie onder de gemeenschap en marktpartijen moet vergroten.
Zij hebben plannen gemaakt met verschillende belangengroeperingen voor de ruimtelijke inpassing
van windmolenparken en bij nieuwe projecten wordt er altijd intensief overleg gevoerd met de lokale
gemeenschap. Daarnaast worden ook voordelen geboden aan de lokale gemeenschap bij de komst
van een nieuw windmolenpark waardoor de sociale acceptatie vergroot wordt. Men heeft immers
naast de lasten ook de lusten.
De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn dan ook dat er naast overeenkomsten tussen beide
landen ook belangrijke verschillen waarneembaar zijn. Waar Denemarken heel bewust kiest voor
windenergie doet Nederland dit niet. Dit vertaalt zich verder in het beleid waardoor dit weer verdere
gevolgen heeft voor de marktpartijen en de lokale gemeenschap. Wanneer men het beleid op een
zodanige manier vormgeeft dat marktpartijen en de lokale gemeenschap worden gestimuleerd zal dit
ook een positieve invloed hebben op de sociale acceptatie bij deze partijen.
Als Nederland het aandeel windenergie wil vergroten, zal het bewust moeten kiezen voor
windenergie. Windenergie moet niet langer één van de opties zijn maar worden gezien als leidend
discours. Pas wanneer dit het geval is kan men het beleid op een andere wijze vormgeven waardoor
het voor partijen aantrekkelijk wordt om te participeren. Door intensiever te communiceren met
marktpartijen en de lokale gemeenschap kan er draagvlak gecreëerd worden voor projecten en dit
kan de sociale acceptatie ten goede komen. Pas wanneer er meer communicatie is en er bewuster
voor windenergie gekozen wordt kan windenergie een succes worden in Nederland.
Description
Citation
Supervisor
Faculty
Faculteit der Managementwetenschappen