The English and Nederlandse woordenschat.

Keywords
Thumbnail Image
Authors
Date
2018-06-18
Language
nl
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Abstract
Tweetalige of zelfs meertalige kinderen hebben volgens onderzoek (o.a. Sanz, 2000) vaak voordelen tijdens het leren van een vreemde taal ten op zichte van eentalige kinderen. Maar geldt dit ook voor kinderen die Nederlands als tweede taal (NT2) hebben geleerd, ten op zichte van kinderen van wie Nederlands de moedertaal is, wanneer ze in hun leerproces van het Engels zitten? Met deze bachelorscriptie is onderzoek gedaan naar eventuele verschillen en overeenkomsten tussen tien Nederlandse leerlingen en tien NT2-leerlingen van groep 3 in het tpo, aan de hand van verschillende taaltesten en een productietaak. Dit is gedaan door middel van zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek, waarin de volgende onderzoeksvraag wordt gesteld: In hoeverre verschilt de Engelse en Nederlandse woordenschat van Nederlandse leerlingen en NT2-leerlingen in het tpo en welke strategie zetten zij in bij het toepassen van hun Engelse productieve woordenschat? De gemiddelde scores van verschillende taaltesten van de Nederlandse leerlingen en de NT2-leerlingen zijn met elkaar vergeleken middels een onafhankelijke t-test. Verder is de strategie voor het produceren in het Engels tijdens de productietaak geanalyseerd. Hieruit kan het één en ander worden geconcludeerd. Zo zijn in het Nederlands tussen de twee groepen leerlingen significante verschillen gevonden op de Cito-woordenschattoets, waarbij de Nederlandse leerlingen gemiddeld een hogere score hebben behaald. In het Engels verschilden de scores van de gemiddelde uitingslengte en de lexicale diversiteit (Malvern’s D) tussen de twee groepen leerlingen significant, waarbij de NT2-leerlingen gemiddeld een hogere score hebben behaald. Wanneer er wordt gekeken naar het Engelse taalgebruik in de productietaak, valt op dat - wanneer de leerlingen een bepaald woord niet weten of niet kunnen ophalen - bij de Nederlandse leerlingen meer sprake is van code-mixing en code-switching dan bij de NT2-leerlingen. Dit uit zich in vele mix-woorden, waarin Nederlandse en Engelse woorden en/of kenmerken (bijvoorbeeld kieking, traps, tryen, et cetera) worden gemixt tot één vorm. Tevens produceren de Nederlandse leerlingen ietwat meer Nederlandse woorden in deze Engelse productietaak dan de NT2-leerlingen. Deze bevindingen komen deels overeen met eerder gevonden resultaten in verschillende onderzoeken (o.a. Sanz, 2000), waaruit blijkt dat tweetalige of meertalige kinderen (in dit geval de NT2-leerlingen) baat hebben bij hun meertaligheid bij het leren van een vreemde taal. Wel moet onder andere het onderzoek van Lasagabaster (2000) in het achterhoofd worden gehouden, waarin wordt gesteld dat het niveau van de moedertaal van belang is voor het niveau van de tweede en derde taal.
Description
Citation
Faculty
Faculteit der Letteren