Bernini en zijn topsculpturen in Villa Borghese
Keywords
Loading...
Authors
Issue Date
2025-01-24
Language
nl
Document type
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Title
ISSN
Volume
Issue
Startpage
Endpage
DOI
Abstract
Wie denkt aan de Barok in Rome denkt al snel aan Gian Lorenzo Bernini (1598-1680). De beeldhouwer werd zowel in zijn tijd als nu gezien als de meester van de Barok. Een van de eersten die het talent van Bernini zag was Scipione Borghese (1577-1633). Scipione Borghese was een invloedrijke kardinaal in Rome en een groot verzamelaar van kunst. De kardinaal gaf in 1605 opdracht voor Villa Borghese, dat in het stadsplan van paus Paulus V paste.1 Op het landgoed bevond zich het Casino Nobile, dat nu bekend staat als Galleria Borghese. Het Casino Nobile was bedoeld voor de enorme kunstcollectie van kardinaal Borghese en het was een plek voor (diplomatieke) bezoekers om te kijken naar de variëteit aan werken die werden getoond.2 Er werden niet alleen werken uit de klassieke oudheid getoond, maar Scipione Borghese gaf zelf ook de opdracht voor nieuwe werken. Naast Bernini hebben anderen zoals Peter Paul Rubens (1577-1640) en Annibale Caracci (1560-1609) ook werken gemaakt voor de Villa.3 Carvaggio (1571-1610) heeft in 1593 ook twee schilderijen voor kardinaal Borghese geschilderd.4 Bernini kreeg zelf 35 jaar later zijn eerste opdracht van Scipione Borghese voor een werk, waarna hij nog drie andere werken voor de kardinaal gemaakt heeft.
De vier werken van Bernini in de Villa, zijn alle vier levensgrote, uit marmer gehouwen beeldengroepen. De eerste beeldengroep waar kardinaal Borghese opdracht voor gaf is Aeneas, Anchises en Ascanius in 1618 (afbeelding 1). Dit was een van de eerste grote opdrachten die de beeldhouwer kreeg, op dat moment was hij zelfs nog maar twintig jaar oud. Hiervoor had hij meegewerkt aan de beelden die zijn vader maakte.5 De beeldengroep bestaande uit drie personen stond oorspronkelijk op de begane grond van de Villa in de kamer in het noordoosten.6 Tegenwoordig is het beeld verplaatst naar de kamer in het noordwesten (in het museum aangeduid als kamer 6, Aeneas en Anchises kamer, bijlage 1). Het beeld is gebaseerd op het beroemde epische gedicht Aeneis van Vergilius uit de eerste eeuw v. chr. De scène die is afgebeeld, toont het vluchten van Aeneas met zijn vader en zijn zoon, omdat de Grieken door middel van het houten paard Troje zijn binnengevallen.
Het tweede werk dat Bernini voor de kardinaal heeft gemaakt is een voorstelling van de goden Pluto en Proserpina (1621-1622, afbeelding 2). Er is gekozen voor het moment dat Proserpina geroofd wordt, door de god Pluto om de bekende mythe vorm te geven. In het Italiaans wordt het beeld dan ook wel aangeduid als Ratto di Proserpina. Naast het levensgrote lichaam van Proserpina dat wordt vastgepakt door Pluto is ook Kerberus (afbeelding 3), de driekoppige hond van Pluto, te zien in het werk. Hierdoor is het direct duidelijk om welk verhaal het gaat. Het werk stond vanaf 1622 in de wijngaard van kardinaal Ludovico Ludovisi (1595-1632), de neef van paus Gregorius XV.7 Mogelijk zou het beeld een geschenk zijn van Scipione Borghese voor de familie van de nieuwe paus, omdat door de wisseling van de paus in 1621 de macht in Rome verschoof. Dit werk is later teruggeplaatst in het Casino Nobile van Villa Borghese, waar het nu staat in de kamer gericht op het noorden (in de indeling van het museum aangegeven als kamer 4 – kamer van de keizers, bijlage 1). Het verhaal van het werk, de verkrachting van Proserpina, lijkt een bijzondere keuze naast het beeld van Aeneas, Anchises en Ascanius. Het eerste beeld dat Bernini voor Scipione Borghese maakte past qua thematiek goed voor een beeld voor een belangrijke kardinaal.8 Het beeld van Pluto en Proserpina lijkt echter op het eerste gezicht bijna een visualisatie van het lijden van de godin.
Naast de twee beelden met mythologische thema’s maakt Bernini tussen 1623 en 1624 een beeld van het Bijbelse verhaal van David en Goliath (afbeelding 4). Alleen David is echter in het beeld aanwezig, midden in de suspense voordat hij met zijn slinger dé steen naar Goliath werpt. Het beeld is bijzonder, omdat Goliath ontbreekt en David op het spannendste moment in het verhaal afgebeeld is. De oorspronkelijke locatie van het beeld was in de kamer op het zuidoosten van de begane grond van de Casino Nobile.9 Hierna is het verschillende keren verplaatst, waarna het beeld nu in de kamer naast de originele kamer staat, volledig op het oosten (in het museum aangeduid als kamer 2, David kamer, bijlage 1). De eerste opdracht voor het maken van het beeld was van kardinaal Alessandro Peretti di Montalto (1571-1623), voordat hij stierf in Juni 1623. Na de dood van de kardinaal is het beeld alsnog voor kardinaal Borghese gemaakt.10 Het beeld heeft dezelfde porporties als de twee eerdere beelden die
Bernini maakte voor Scipione Borghese en het beeld is gemaakt van hetzelfde type marmer.11 Qua thematiek lijkt het beeld wederom een logische keuze voor een belangrijke kardinaal in Rome, omdat het Bijbelse verhaal past in het Katholieke bestaan van een kardinaal. Het verhaal gaat namelijk over het overwinnen van niet gelovige, met behulp van God. Hierbij gaat het onder anderen om steun krijgen van God. Daarnaast is David omschreven in de Bijbel als klein en is Goliath een barbaarse reus, dus hoe groot het obstakel ook is, het is te overwinnen met behulp van God.
De laatste beeldengroep die Bernini maakte voor Scipione Borghese is van Apollo en Daphne (1622-1625, afbeelding 5). Het verhaal van de god die verliefd werd op de nimf Daphne, afkomstig uit de Metamorfosen van Ovidius uit de eerste eeuw na Chr. De bekende mythe wordt hier afgebeeld op het moment dat de metamorfose van Daphne plaatsvindt. De kijker ziet hoe de laurierbladeren uit haar handen schieten en haar benen beginnen te veranderen in hout. Dit alles omdat ze haar vader smeekte te veranderen in een laurierboom, omdat zij niet wilde dat Apollo in haar buurt zou komen. Ook ziet de kijker hoe Apollo haar vastpakt en aan zijn gezicht te zien heeft hij nog niet door dat zijn prooi verandert. De keuze voor het moment van suspense sluit goed aan bij de twee voorafgaande beelden, waarbij ook is gekozen voor eenzelfde moment in het verhaal. Het beeld was dan wel het laatste beeld dat Bernini voor Scipione Borghese verwezenlijkte, maar het was niet de laatste opdracht voor een beeldengroep die hij van de kardinaal kreeg. Er werd al opdracht voor het beeld gegeven in 1622, voordat de opdracht van het beeld van David gegeven werd.12 In de Casino Nobile stond het beeld oorspronkelijk in de kamer aan het noordoosten, waar het beeld nu nog staat (in het museum aangeduid als kamer 3, Apollo en Daphne kamer, bijlage 1). De enige verandering is het verplaatsen van de muur naar het midden van de kamer.13
De vier beeldengroepen lijken aan elkaar verwant in vorm, grootte en stijl. De thema’s lijken echter met elkaar in groot contrast te staan. Van de vier beelden zijn er drie gebaseerd op mythologische thema’s en is er een gebaseerd op een Bijbelverhaal. Daarnaast zijn de beelden verplaatst, is er zelfs één weggegeven en was er één niet oorspronkelijk in opdracht van kardinaal Borghese. Hieruit volgt de volgende onderzoeksvraag:
Bestaat er een samenhang tussen de vier beeldengroepen die Bernini maakt voor Scipione Borghese tussen 1618 en 1625 en op welke manier karakteriseert deze samenhang zich?
Om het mogelijk te maken deze vraag te beantwoorden zijn er verschillende deelvragen opgesteld, die corresponderen met de hoofdstukken in dit onderzoek. Deze vragen zullen worden beantwoord in deze scriptie op basis van uitvoerig literatuuronderzoek.
1. Hoe zag de samenwerking tussen Gian Lorenzo Bernini en Scipione Borghese eruit met betrekking tot de positie die zij hadden binnen het pauselijk mecenaat in Rome?
2. Welke stijlkenmerken zijn relevant binnen de beeldengroepen?
3. Welke thema’s zijn er aangesneden in de beeldengroepen en is hierin een samenhang?
Het doel van dit onderzoek is om meer inzicht te geven in de situatie rondom het realiseren van de vier beeldengroepen en aan de hand daarvan en aan de hand van de stijl en de thema’s van de beelden een analyse te maken over de samenhang tussen de beeldengroepen. Er wordt in de huidige literatuur vaak gekeken naar de beeldengroepen, maar te weinig naar de relatie tussen de beeldengroepen.
Description
Citation
Supervisor
Faculty
Faculteit der Letteren
