Primair progressieve afasie: een complex plaatje.

Keywords

Loading...
Thumbnail Image

Authors

Issue Date

2020-07-06

Language

nl

Document type

Journal Title

Journal ISSN

Volume Title

Publisher

Title

ISSN

Volume

Issue

Startpage

Endpage

DOI

Abstract

Primair progressieve afasie (PPA) is een neurodegeneratieve aandoening. Ondanks het groeiende aantal studies is deze aandoening minder bestudeerd dan vasculaire afasie. PPA omvat een drietal erkende subtypes met name: de niet-vloeiende/agrammatische (nfv-PPA), de semantische (sv-PPA) en de logopenische (lv-PPA) variant. Studies die de (semi-)spontane taal bij elk van deze varianten bestuderen, zijn (bijna uitsluitend) afkomstig van Engelstalige populaties. Het Engels kent echter in tegenstelling tot het Nederlands een relatief eenvoudige morfosyntaxis. Daarom zou onderzoek met personen die een andere moedertaal hebben dan het Engels kunnen bijdragen tot een beter inzicht in de taalproductie van personen met PPA. Vijftien Nederlandstalige personen met PPA beschreven mondeling een situatieplaat. Hierbij werden lexicale en morfosyntactische variabelen vergeleken met betrekking tot de drie varianten onderling. Verder ging deze studie de relatie na tussen de semi-spontane taalproductie van personen met PPA en respectievelijk de score op een gestandaardiseerde confrontatie-benoemtaak en werkgeheugentaak. Deze relatie is nog onduidelijk in de literatuur. Evenwel worden confrontatie-benoemtaken en overige neuropsychologische testen frequent ingezet in het diagnostisch proces van PPA. Door de kleine steekproefgrootte verschilden de lexicale en morfosyntactische variabelen echter niet significant tussen de subtypes. Desondanks werden er enkele trends geobserveerd. Deze trends worden verder descriptief beschreven. In dit onderzoek produceerden personen met sv-PPA de minste zelfstandige naamwoorden en adjectieven per 100 woorden in vergelijking met de andere varianten. Bovendien was de gemiddelde frequentie van de zelfstandige naamwoorden hoger bij personen met sv-PPA. Personen met lv-PPA produceerden minder koppelwerkwoorden en personen met nfv-PPA produceerden meer incorrect vervoegde werkwoorden. Het aantal finiete bijzinnen lag lager zowel voor de lv-PPA als de nfv-PPA in vergelijking met de sv-PPA. Daarnaast leverden meervoudige regressieanalyses onvoldoende evidentie voor de confrontatie-benoemtaak als voorspeller van de lexicale variabelen uit de semi-spontane taalproductie. Verder bleek er onvoldoende evidentie voor de werkgeheugentaak als voorspeller van grammaticale complexiteit bij personen met PPA. Desalniettemin biedt deze scriptie een startpunt voor het formuleren van hypotheses voor verder onderzoek.

Description

Citation

Faculty

Faculteit der Letteren