De samenhang tussen persoonlijkheidsproblematiek, vermoedens van LVB en recidiverisico op de ernst van gepleegde delicten in een forensisch psychiatrische populatie
Keywords
Loading...
Authors
Issue Date
2022-02-04
Language
nl
Document type
Journal Title
Journal ISSN
Volume Title
Publisher
Title
ISSN
Volume
Issue
Startpage
Endpage
DOI
Abstract
Achtergrond: Persoonlijkheidsproblematiek en licht verstandelijke beperking (LVB) zijn
veelvoorkomend in de forensisch psychiatrische populatie. Het is echter nog onduidelijk wat
de invloed van deze stoornissen op de ernst van de gepleegde delicten is en wat de ernst van
het delict op haar beurt weer betekent voor het recidiverisico van deze patiënten. Door hier
meer inzicht in te krijgen kan zorg beter afgestemd worden en helpen recidive te verminderen.
Methode: Er is gebruik gemaakt van bestaande data uit het onderzoek van Smeekens et al.,
(2021). Alleen de patiënten met een delictgeschiedenis in de afgelopen 10 jaar zijn
meegenomen (N=108). Gegevens over het cognitief functioneren, als ook de
gediagnosticeerde psychische stoornissen zijn verzameld. Het recidiverisico is bepaald aan de
hand van een risicotaxatie instrument en onderverdeeld in vijf recidiverisicogroepen: zeer
laag, laag, matig, hoog, zeer hoog. De ernst van de gepleegde delicten zijn gecategoriseerd
aan de hand van de misdrijf-straf index (MSI) (Beerthuizen et al., 2015). Meerdere analyses
zijn uitgevoerd.
Resultaten: Bij 56,5% van de patiënten was er sprake van een vermoeden van LVB. Bij
28,7% van de onderzoekspopulatie was sprake van een persoonlijkheidsstoornis. De
resultaten tonen dat de groep patiënten met vermoedens van LVB gemiddeld minder ernstige
delicten pleegden. In tegenstelling tot dit resultaat werd voor de groep patiënten met een
persoonlijkheidsstoornis gevonden dat zij gemiddeld ernstigere delicten pleegden. Ondanks
de eerdergenoemde significante bevindingen is er geen statisch significante interactie
gevonden tussen de effecten van vermoedens van LVB en de hoofddiagnose
persoonlijkheidsstoornis op de ernst van de gepleegde delicten. Voor de vijf verschillende
recidiverisicogroepen is tevens geen statistisch significant verschil gevonden in de
gemiddelde ernst van de gepleegde delicten. Tot slot, werd ook de samenhang tussen het
recidiverisico en de ernst van het gepleegde delict niet gemedieerd door vermoedens van LVB
of de aanwezigheid van een persoonlijkheidsstoornis.
Conclusie: Patiënten met vermoedens van LVB plegen gemiddeld minder ernstige delicten.
Deze bevinding toont het belang van screenen op cognitieve functies bij de ForFACT
populatie. Daarnaast worden er gemiddeld ernstigere delicten gepleegd door patiënten met
een persoonlijkheidsstoornis.
Description
Citation
Supervisor
Faculty
Faculteit der Sociale Wetenschappen
