CPO en stedelijke vernieuwing : Een onderzoek naar de toepasbaarheid van CPO binnen stedelijke vernieuwing

dc.contributor.advisorKrabben, E. van der
dc.contributor.advisorHendrikx, B.
dc.contributor.authorJong, H.P.L. (Mark) de
dc.date.issued2013-01-08
dc.description.abstractDe komende jaren zal gezien de bouwopgave in Nederland een verschuiving plaatsvinden van uitbreiding (uitleglocaties) naar stedelijke vernieuwing (RPB, 2008 p.19; Van der Krabben, 2011, p.14; VROM-raad, 2010 p.13, 22, & 77). Volgens het RPB (2008, p.12) streefde het kabinet vanaf 2007 naar de bouw van 25 tot 40% van de woningen in bestaand bebouwd gebied. Uit de Verstedelijkingsafspraken blijkt dat voor de periode 2010-2020 de regionale ambitie meestal 40% of hoger is (RIGO, 2011, p.4). Naast het feit dat in de Verstedelijkingsafspraken het streven is om 40% of meer te bouwen in bestaand bebouwd gebied, streefde het ministerie van VROM sinds 2000 naar een zelfbouwpercentage van 30% in de totale woningbouw vanaf 2005 tot 2010 (Keers & ScheeleGoedhart, 2008, p.9). Zelfbouwpercentage is het percentage waarbij de uiteindelijke eigenaar opdrachtgever is voor de bouw van zijn woning, ook wel Particulier Opdrachtgeverschap (PO) genoemd. In de loop der jaren bleek dat 30% een te ambitieuze doelstelling was en deze is in de Woningbouwafspraken 2005 tot 2010 dan ook verlaagd naar 20% (CBS, 2009, p.39; Keers & ScheeleGoedhart, 2008, p.10). Gezien het beleid vanuit de overheid waarbij ingespeeld wordt op meer stedelijke vernieuwing en een groter aandeel (C)PO in de woningbouw, is de mogelijkheid aanwezig om beide beleidsdoelstellingen te gaan combineren. Kastein en Maussen (2003, p.5) stellen dat juist de collectieve vorm van PO geschikt voor stedelijke herstructureringsgebieden. Door middel van het collectief kunnen rijtjeswoningen en appartementsgebouwen gerealiseerd worden waarbij hoge dichtheden bereikt kunnen worden, de hogere dichtheden hebben een positief effect op de exploitatie. Op het moment van een positief CPO-beleid vanuit gemeenten maar van terugtrekkende gemeenten bij grondverwerving (van actief naar faciliterend grondbeleid), komt de nadruk voornamelijk te liggen op de samenwerking tussen publieke (gemeenten) en private partijen (corporaties, ontwikkelaars, particulieren) om kavels uit te geven waarop CPO en stedelijke vernieuwing kan worden gecombineerd. Daarnaast is voorfinanciering met betrekking tot het voortraject bij realiseren van CPO een belangrijk aspect. Initiatiefnemers voor een CPO-project kunnen vaak pas een hypotheek afsluiten op het moment dat een bouwvergunning is verleend. Op dit moment zijn echter al vaak kosten gemaakt door een procesbegeleider en een architect. De vraagstelling die in dit onderzoek centraal staat luidt als volgt: Wat is, voor de aspecten samenwerking en voorfinanciering, een efficiënt governance model om CPO succesvol te implementeren in stedelijke vernieuwing, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de woningmarkt.en_US
dc.identifier.urihttp://hdl.handle.net/123456789/3315
dc.language.isonlen_US
dc.thesis.facultyFaculteit der Managementwetenschappenen_US
dc.thesis.specialisationLokale en Ruimtelijke planningen_US
dc.thesis.studyprogrammeMaster Planologieen_US
dc.thesis.typeMasteren_US
dc.titleCPO en stedelijke vernieuwing : Een onderzoek naar de toepasbaarheid van CPO binnen stedelijke vernieuwingen_US
Files
Original bundle
Now showing 1 - 1 of 1
Loading...
Thumbnail Image
Name:
2013 Jong.pdf
Size:
1.49 MB
Format:
Adobe Portable Document Format